Maarten zonder masker!

14 01 2014

Maarten zonder maskerHij is dagelijks op de buis te zien als side-kick van Philip Freriks in de quiz ‘De slimste mens’ en duikt regelmatig op in allerlei programma’s. Van hoogleraar tot mediafenomeen, het is voor Maarten van Rossem een kleine stap. Om het fenomeen Van Rossem te verklaren hebben Frénk van der Linden en Pieter Wiebelling  het boek ‘Maarten zonder masker’ geschreven.  Geen uitputtende biografie, maar meer een soort karakterschets. De auteurs hebben de historicus uitvoerig geïnterviewd.  In negen hoofdstukjes wordt zijn leven tot nu toe beschreven. Hierbij komen zowel voor- en tegenstanders aan het woord.

Na de lagere school in Wageningen bezoekt Maarten het gymnasium. Hij blijkt een uitmuntende leerling te zijn en gaat studeren. De studie farmacie wordt een complete mislukking en hij besluit over te stappen op geschiedenis. Hij studeert cum laude af en wordt uiteindelijk hoogleraar in Utrecht.

Het grootste deel van het boek wordt  ingeruimd voor zijn optredens in de media, die zoals hij zelf zegt, voortkomen uit pure ijdelheid. Een soort ego-bevestiging. Hier komt hij over als een geboren dwarsligger met een ogenschijnlijk gebrek aan emotie en een sterke neiging tot relativeren. Paul Witteman: “Toch is hij een graag geziene gast, omdat hij geestig, intelligent en verbaal begaafd is. Zijn minder sterke kant is dat hij zich onmogelijk kan verplaatsen in het standpunt en de gevoelens van een ander”.  Van Rossem is een geboren verteller en in staat om gedachten en conclusies in begrijpelijke taal  te presenteren. Wel  heeft hij vaak een neiging tot overdrijven: “ Bush is een halvegare omringd door idioten”.  Voor  de NOS was dat ooit reden om hem een half jaar op non-actief te zetten.

De schrijvers hebben vele gesprekken gevoerd over politiek, wetenschap, media en familie . Ze spraken eveneens met mensen uit het mediawereldje, ex collega’s  en vrienden ,  waardoor je een goed beeld krijgt van de historicus. Het laatste woord is uiteraard aan de professor: “ De overheid maakt zich er zorgen over. Maar ik wil het recht behouden te sterven aan een overdoses mayonaise”.

Advertenties




De geest van het spel

23 04 2012


Wereldkampioen is Jan Timman nooit geworden. Als enige Nederlander bestijgt Max Euwe in 1939 de hoogste schaaktrede. Toch wordt Timman algemeen gezien als de grootste Nederlandse schaker ooit. De Russen Karpov en Kasparov waren een klasse apart, maar Timman werd beschouwd als ‘ The Best of the West’ en behoorde twintig jaar lang tot de absolute wereldtop.

In de biografie ‘De geest van het spel’ van John Kuipers wordt de unieke carriere van Jan Timman op meeslepende wijze beschreven. Het boek is ook een hommage aan de schaker, die bekend staat als een bon-vivant en met volle teugen van het leven geniet.

Na het stedelijk gymnasium van Amsterdam laat de jonge Timman de collegebanken links liggen en kiest voor een carrière als profschaker. Aanvankelijk reist hij met boezemvriend Hans Böhm in een busje door Europa om aan (snel)schaaktoernooitjes deel te nemen.
De ster van de jonge Amsterdamse grootmeester rijst snel en hij wordt door collega schakers geroemd om zijn openingsrepertoire, zijn strategisch inzicht en zijn eindspeltechniek. Over de hele wereld speelt hij invitatietoernooien, interzone toernooien en kandidatenmatches.
Hoogtepunt vormt de WK match van 1993 tegen Anatoli Karpov, die deels in Nederland en deels in Indonesië wordt gespeeld. Tot dat moment heeft hij zijn eeuwige rivaal 8 keer verslagen tegenover 28 nederlagen. Waar iedereen op hoopt lukt uiteindelijk niet. Timman wordt –definitief- geen wereldkampioen.

John Kuipers geeft in ‘De geest van het spel’ ook een mooi tijdsbeeld van de ‘60- er ‘70-er jaren van de vorige eeuw, waarbij de maatschappij aan grote veranderingen onderhevig was.
Timman is volgens de schrijver één van de laatste vertegenwoordigers van een generatie schaakromantici, waartoe ook Hein Donner behoorde.
Met de hedendaagse schaaktalenten heeft Timman volgens de schrijver weinig gemeen. Ze roken niet en houden evenmin van een goed glas. Met afgetrainde sportschoollichamen verschijnen ze aan het bord. Tijdens een toernooi een boom opzetten over de schrijver Dostojevski aan de bar van het hotel is er ook niet bij. Ze zitten op de hotelkamer achter hun laptop. De computer markeert misschien wel de overgang van schaken als levenhouding en schaken als professie.

John Kuipers maakt in de biografie veelvuldig gebruik van opmerkelijke citaten van grootmeesters. Ze zijn een welkome afwisseling op de vaak overvolle bladspiegel.

“ Ik trof in die jaren Hein Donner eens in de wandelgangenvan het IBM-toernooi. Hij liep daar met een sigaret, hield halt, nam nog een laatste trek en trapte toen zijn sigaret uit op het tapijt. Hij keek me daarbij veelbetekend aan. Dat vond ik heel goed, dat trok me heel erg aan. Ik stond stil, keek naar Donner en dacht: ja het is goed om beroepsschaker te zijn, dan doe je zulke dingen. Andere mensen doen dat niet”.

“Het is niet ongewoon dat schakersvrouwen tegen het einde van het toernooi in dure kledingzaken vertoeven: voorbereidingen worden getroffen om het prijzengeld in mode om te zetten“.

“Het liefst zou ik sterven als een gloeilamp, op respectabele leeftijd”.
(Jan Timman)

In het radioprogramma ‘Brands met boeken’ wordt de biografie uitgebreid besproken.
Naast de presentator zitten Jan Timman, Hans Böhm en de auteur van het boek aan tafel.








%d bloggers liken dit: